Advies en begeleiding bij muzikaal-erfgoedzorg

 

Michiel Vandenabeele leidt ons rond in het rijke archief van de Gentse opera.

In 2017 studeerde Michiel Vandenabeele af voor de MaNaMa Archivistiek met een stage bij het Gentse Stadsarchief en een masterscriptie over het archief van de Gentse Opera. Een instelling met een lange en bewogen geschiedenis. In twee artikels brengt Michiel Vandenabeele een analyse van dit rijke archief, te beginnen bij de geschiedenis van deze eeuwenoude instelling (1). Een volgend artikel behandelt onder meer de omgang met de bladmuziek in een archivalische context.

Een opera van de schuttersgilde

Sinds 1698, de inhuldiging van de toenmalige Stadsschouwburg, draagt de Gentse Opera actief bij tot de Gentse en Vlaamse cultuurwereld. Tot het gebouw in 1715 afbrandt. In 1736 neemt de Gentse Sint-Sebastiaansgilde het roer over en bouwt op dezelfde locatie een nieuwe schouwburg, die de toepasselijke naam Sint-Sebastiaansschouwburg kreeg. Elke vorm van spektakel in Gent wordt vervolgens georganiseerd door de gilde (2). Figuren zoals Charles-Simon Favart, Nicolas d’Hannetaire en Ignaz Vitzthumb zijn in deze tijd verantwoordelijk voor het beleid van de Gentse Opera.

Het Frans bestuur maakt op het eind van de 18de eeuw een einde aan de activiteiten van de gilde. Vanaf 1815 komt de Gentse Opera opnieuw in handen van het Gentse stadsbestuur. Nagenoeg meteen wordt de beslissing gemaakt om de toenmalige Sint-Sebastiaansschouwburg te vervangen, aangezien deze niet meer geschikt was om veel toeschouwers te ontvangen. In 1837 wordt de huidige Grote Schouwburg voor het publiek geopend. Tijdens de 19de eeuw is de Duitse opera populair (de ‘Wagner-cultus’) en dit elan wordt verdergezet onder het Duitse bewind tijdens de wereldoorlogen.

In de 20ste eeuw wordt de Gentse Opera geplaagd door financiële problemen en deze zullen zich zelfs na de fusie van de Gentse en Antwerpse Opera in 1980 verderzetten (5). Onder de naam ‘Vlaamse Opera’ leven zowel de Gentse als de Antwerpse Opera tot op de dag van vandaag verder.

De Gentse opera (foto: Bart Desyn)

De eerste reeks: AGO-reeks

De verschillende reeksen waar de archiefstukken van de Gentse Opera in ondergebracht zijn, hebben een rijke geschiedenis. Deze geschiedenis biedt de mogelijkheid om de overdrachten van het archief van de Gentse Opera tot op zekere hoogte te reconstrueren. Omdat een aanwinstenregister voor de oudste stukken van het opera-archief ontbreekt, is dit geen overbodige luxe.

De oudste stukken aanwezig in het archief van de Gentse Opera dateren uit 1796 en zijn terug te vinden in het grootste archiefbestanddeel, de ‘AGO-reeks’ (Archief Gentse Opera), vroeger bekend als ‘reeks V’. Archief van de opera onder het bestuur van de Gentse Sint-Sebastiaansgilde is dus amper bewaard. Het feit dat het oudste archief stamt uit het Frans bewind, is niet toevallig. In het algemeen is de Franse Revolutie voor de archivistiek een kantelpunt. Er werd sindsdien meer rekening gehouden met het belang van archieven zowel voor de burger als voor de staat. De uitbouw van het archiefwezen werd ook onder Napoleon verdergezet (6).

Uit de inventaris van de ‘AGO reeks’ kunnen we opmaken dat de overgang van Frans bestuur naar Gents bestuur van de opera redelijk vlot verliep, want het archief wordt gekenmerkt door continuïteit. De stabiliteit van het archief wordt ook bevestigd in de geschiedenis van de Gentse Opera want tot 1914 bleef de opera onder de bevoegdheid van de stad Gent. Wanneer het archief uit de ‘AGO-reeks’ precies in het Gentse Stadsarchief is terechtgekomen, is niet duidelijk. Dit door de afwezigheid van een overdrachtslijst die zo’n vroege periode beschrijft. Een ruwe datering kan wel afgeleid worden op basis van het werk van Timo van Havere en de kennis van stadsarchivaris Pieter-Jan Lachaert: de overdracht van ‘AGO-reeks’/’reeks V’, vond vermoedelijk rond 1914 plaats (7).

Reeks XXI

Na de ‘AGO reeks’ komt chronologisch ‘Reeks XXI’. Dit archiefbestanddeel bevat ook een paar oudere archiefstukken, maar het merendeel dateert van na de Eerste Wereldoorlog en loopt tot de jaren 70. Net zoals bij de ‘AGO-reeks’ ontbreekt duidelijke documentatie inzake de precieze overdracht aan het Gentse stadsarchief. Aangezien ‘Reeks XXI’ verwijst naar een Romeins cijfer en niet langer naar een letter, kunnen we opnieuw het onderzoek van van Havere gebruiken om de overdracht te bepalen. Dit, samen met andere overdrachtslijsten uit deze periode, plaatsen de overdracht van dit deel van het Gentse opera-archief omstreeks 1940.

KOG

Het volgende archiefbestanddeel van het Gentse opera-archief is de ‘KOG reeks’ (Koninklijke Opera Gent). Dit bestanddeel werd in 1997 opgesteld toen het opera-archief van de jaren 70 en begin jaren 80 werd overgebracht naar het SAG (Stadsarchief Gent). In dit archief zou dus de overgang te zien moeten zijn van een Koninklijke Opera Gent onder de bevoegdheid van stad Gent, naar een Gentse Opera die gefusioneerd werd met de Antwerpse Opera. Dat dit archief net in 1997 overgebracht werd, is niet verwonderlijk. In die tijd ging namelijk de Vlaamse Operastichting ten onder. Om een gelijkaardig scenario te vermijden voor haar rechtsopvolger, besloot de Vlaamse Opera te breken met de voorgaande organisatie en viel het archief niet meer onder hun bevoegdheid. Op dit moment werd vermoedelijk beslist dat het de beste optie was om het nog aanwezige archief van de Gentse Opera over te brengen naar het SAG.

Een jaar later, in 1998, werd opnieuw een deel van het archief van de Gentse Opera overgedragen en in een ander archiefbestanddeel geplaatst, genaamd ‘reeks AGO/1998’. Het is vreemd dat beide archiefbestanddelen, wat naamgeving betreft, zo van elkaar verschillen. Dit onderscheid werd hoogstwaarschijnlijk gecreëerd omdat het technisch gezien verschillende archiefvormers zijn. De ‘reeks AGO/1998’ heeft niet de Gentse Opera als archiefvormer, maar de ‘Vlaamse Opera’ en is op deze manier geen product meer van de archiefvormer ‘Koninklijke Opera Gent’ die in de ‘KOG reeks’ zit.

Verrassend volledig

De verschillende archiefstukken gecreëerd door de Gentse Opera werden telkens in blokken overgedragen aan het Gentse Stadsarchief. Gezien de bewogen geschiedenis van de Gentse Opera, is het opmerkelijk hoe volledig het archief overgeleverd/bewaard gebleven is. Zowel ikzelf als mijn stagebegeleider Pieter-Jan Lachaert, archivaris bij het Gentse stadsarchief, hadden verschillende hiaten verwacht, maar die waren niet meteen te vinden. Van het einde van de 18de eeuw tot het begin van de 21ste eeuw is het archief nagenoeg volledig, met uitzondering van de periode 1980-1988. Alle archiefbestanddelen lijken relatief vlot in elkaar over te lopen. Een verdere analyse van dit archief komt in een volgend artikel aan bod. Bovenstaande analyse wordt breder uitgewerkt in mijn thesis.

Michiel Vandenabeele

(1) Een uitgebreide weergave van de geschiedenis van de Gentse Opera vinden we terug in de werken van Guy Verriest en Johan Decavele: G. Verriest, “Het Lyrisch Toneel te Gent - Van de oorsprong af tot op heden.” In: Het Kultureel Jaarboek voor de provincie Oostvlaanderen, 1964, pp. 1-284. -- G. Verriest, “Het Lyrisch Toneel te Gent – 1965-1980.” In: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, 1981, pp. 3-155. -- J. Decavele, P. Lootens et al., De opera van Gent. Het “Grand Théâtre” van Roelandt, Philastre en Cambon, Tielt, Lannoo, 1993, 239 p. (Ed. Johan Decavele en Bart Doucet).
(2) J. Decavele, P. Lootens et al., De opera van Gent. Het “Grand Théâtre” van Roelandt, Philastre en Cambon, Tielt, Lannoo, 1993, p. 19
(3) J. Decavele, P. Lootens et al., op. cit., p. 27.
(4) L.P. Grijp, Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam, Amsterdam Universty Press-Salomé, 2001, p. 517.
(5) S. Baeck, Van Théâtre Royal Français de Gand naar Vlaamse Opera in drie bedrijven - Over de invloed van de Duitse bezetter op het Gentse operaleven tijdens Wereldoorlog II, Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent), 2012, p. 96.
(6) G. Kwanten en E. Put, Archivistiek – Theorie & methodologie, Brussel, VUB, 2016, p. 33-34.
(7) T. Van Havere, De droom van een archivaris - Een analyse van de constructie van het stadsarchief van Gent en zijn collecties tussen 1800 en 1930, Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2013. 376 p. (Promotor G. Janssens).
(8) Digitale inventaris ‘KOG reeks’ – raadpleegbaar via archiefbeheersysteem van SAG.
(9) C. Verbelen, De kunst van het bewaren, vernietigen is de kunst. Hedendaags documentbeheer in de Vlaamse Opera Richtlijnen en advies voor de dienst dramaturgie. Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2010, p. 21.
(10) M. Vandenabeele. ‘The Opera ain’t over till the fat lady sings’ – een overzicht van het archief van de Gentse Opera. Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2017. 121 p. (Promotor F. Scheelings).

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Michiel Vandenabeele leidt ons rond in het rijke archief van de Gentse opera.

In 2017 studeerde Michiel Vandenabeele af voor de MaNaMa Archivistiek met een stage bij het Gentse Stadsarchief en een masterscriptie over het archief van de Gentse Opera. Een instelling met een lange en bewogen geschiedenis. In twee artikels brengt Michiel Vandenabeele een analyse van dit rijke archief, te beginnen bij de geschiedenis van deze eeuwenoude instelling (1). Een volgend artikel behandelt onder meer de omgang met de bladmuziek in een archivalische context.

Een opera van de schuttersgilde

Sinds 1698, de inhuldiging van de toenmalige Stadsschouwburg, draagt de Gentse Opera actief bij tot de Gentse en Vlaamse cultuurwereld. Tot het gebouw in 1715 afbrandt. In 1736 neemt de Gentse Sint-Sebastiaansgilde het roer over en bouwt op dezelfde locatie een nieuwe schouwburg, die de toepasselijke naam Sint-Sebastiaansschouwburg kreeg. Elke vorm van spektakel in Gent wordt vervolgens georganiseerd door de gilde (2). Figuren zoals Charles-Simon Favart, Nicolas d’Hannetaire en Ignaz Vitzthumb zijn in deze tijd verantwoordelijk voor het beleid van de Gentse Opera.

Het Frans bestuur maakt op het eind van de 18de eeuw een einde aan de activiteiten van de gilde. Vanaf 1815 komt de Gentse Opera opnieuw in handen van het Gentse stadsbestuur. Nagenoeg meteen wordt de beslissing gemaakt om de toenmalige Sint-Sebastiaansschouwburg te vervangen, aangezien deze niet meer geschikt was om veel toeschouwers te ontvangen. In 1837 wordt de huidige Grote Schouwburg voor het publiek geopend. Tijdens de 19de eeuw is de Duitse opera populair (de ‘Wagner-cultus’) en dit elan wordt verdergezet onder het Duitse bewind tijdens de wereldoorlogen.

In de 20ste eeuw wordt de Gentse Opera geplaagd door financiële problemen en deze zullen zich zelfs na de fusie van de Gentse en Antwerpse Opera in 1980 verderzetten (5). Onder de naam ‘Vlaamse Opera’ leven zowel de Gentse als de Antwerpse Opera tot op de dag van vandaag verder.

De Gentse opera (foto: Bart Desyn)

De eerste reeks: AGO-reeks

De verschillende reeksen waar de archiefstukken van de Gentse Opera in ondergebracht zijn, hebben een rijke geschiedenis. Deze geschiedenis biedt de mogelijkheid om de overdrachten van het archief van de Gentse Opera tot op zekere hoogte te reconstrueren. Omdat een aanwinstenregister voor de oudste stukken van het opera-archief ontbreekt, is dit geen overbodige luxe.

De oudste stukken aanwezig in het archief van de Gentse Opera dateren uit 1796 en zijn terug te vinden in het grootste archiefbestanddeel, de ‘AGO-reeks’ (Archief Gentse Opera), vroeger bekend als ‘reeks V’. Archief van de opera onder het bestuur van de Gentse Sint-Sebastiaansgilde is dus amper bewaard. Het feit dat het oudste archief stamt uit het Frans bewind, is niet toevallig. In het algemeen is de Franse Revolutie voor de archivistiek een kantelpunt. Er werd sindsdien meer rekening gehouden met het belang van archieven zowel voor de burger als voor de staat. De uitbouw van het archiefwezen werd ook onder Napoleon verdergezet (6).

Uit de inventaris van de ‘AGO reeks’ kunnen we opmaken dat de overgang van Frans bestuur naar Gents bestuur van de opera redelijk vlot verliep, want het archief wordt gekenmerkt door continuïteit. De stabiliteit van het archief wordt ook bevestigd in de geschiedenis van de Gentse Opera want tot 1914 bleef de opera onder de bevoegdheid van de stad Gent. Wanneer het archief uit de ‘AGO-reeks’ precies in het Gentse Stadsarchief is terechtgekomen, is niet duidelijk. Dit door de afwezigheid van een overdrachtslijst die zo’n vroege periode beschrijft. Een ruwe datering kan wel afgeleid worden op basis van het werk van Timo van Havere en de kennis van stadsarchivaris Pieter-Jan Lachaert: de overdracht van ‘AGO-reeks’/’reeks V’, vond vermoedelijk rond 1914 plaats (7).

Reeks XXI

Na de ‘AGO reeks’ komt chronologisch ‘Reeks XXI’. Dit archiefbestanddeel bevat ook een paar oudere archiefstukken, maar het merendeel dateert van na de Eerste Wereldoorlog en loopt tot de jaren 70. Net zoals bij de ‘AGO-reeks’ ontbreekt duidelijke documentatie inzake de precieze overdracht aan het Gentse stadsarchief. Aangezien ‘Reeks XXI’ verwijst naar een Romeins cijfer en niet langer naar een letter, kunnen we opnieuw het onderzoek van van Havere gebruiken om de overdracht te bepalen. Dit, samen met andere overdrachtslijsten uit deze periode, plaatsen de overdracht van dit deel van het Gentse opera-archief omstreeks 1940.

KOG

Het volgende archiefbestanddeel van het Gentse opera-archief is de ‘KOG reeks’ (Koninklijke Opera Gent). Dit bestanddeel werd in 1997 opgesteld toen het opera-archief van de jaren 70 en begin jaren 80 werd overgebracht naar het SAG (Stadsarchief Gent). In dit archief zou dus de overgang te zien moeten zijn van een Koninklijke Opera Gent onder de bevoegdheid van stad Gent, naar een Gentse Opera die gefusioneerd werd met de Antwerpse Opera. Dat dit archief net in 1997 overgebracht werd, is niet verwonderlijk. In die tijd ging namelijk de Vlaamse Operastichting ten onder. Om een gelijkaardig scenario te vermijden voor haar rechtsopvolger, besloot de Vlaamse Opera te breken met de voorgaande organisatie en viel het archief niet meer onder hun bevoegdheid. Op dit moment werd vermoedelijk beslist dat het de beste optie was om het nog aanwezige archief van de Gentse Opera over te brengen naar het SAG.

Een jaar later, in 1998, werd opnieuw een deel van het archief van de Gentse Opera overgedragen en in een ander archiefbestanddeel geplaatst, genaamd ‘reeks AGO/1998’. Het is vreemd dat beide archiefbestanddelen, wat naamgeving betreft, zo van elkaar verschillen. Dit onderscheid werd hoogstwaarschijnlijk gecreëerd omdat het technisch gezien verschillende archiefvormers zijn. De ‘reeks AGO/1998’ heeft niet de Gentse Opera als archiefvormer, maar de ‘Vlaamse Opera’ en is op deze manier geen product meer van de archiefvormer ‘Koninklijke Opera Gent’ die in de ‘KOG reeks’ zit.

Verrassend volledig

De verschillende archiefstukken gecreëerd door de Gentse Opera werden telkens in blokken overgedragen aan het Gentse Stadsarchief. Gezien de bewogen geschiedenis van de Gentse Opera, is het opmerkelijk hoe volledig het archief overgeleverd/bewaard gebleven is. Zowel ikzelf als mijn stagebegeleider Pieter-Jan Lachaert, archivaris bij het Gentse stadsarchief, hadden verschillende hiaten verwacht, maar die waren niet meteen te vinden. Van het einde van de 18de eeuw tot het begin van de 21ste eeuw is het archief nagenoeg volledig, met uitzondering van de periode 1980-1988. Alle archiefbestanddelen lijken relatief vlot in elkaar over te lopen. Een verdere analyse van dit archief komt in een volgend artikel aan bod. Bovenstaande analyse wordt breder uitgewerkt in mijn thesis.

Michiel Vandenabeele

(1) Een uitgebreide weergave van de geschiedenis van de Gentse Opera vinden we terug in de werken van Guy Verriest en Johan Decavele: G. Verriest, “Het Lyrisch Toneel te Gent - Van de oorsprong af tot op heden.” In: Het Kultureel Jaarboek voor de provincie Oostvlaanderen, 1964, pp. 1-284. -- G. Verriest, “Het Lyrisch Toneel te Gent – 1965-1980.” In: Kultureel Jaarboek voor de provincie Oost-Vlaanderen, 1981, pp. 3-155. -- J. Decavele, P. Lootens et al., De opera van Gent. Het “Grand Théâtre” van Roelandt, Philastre en Cambon, Tielt, Lannoo, 1993, 239 p. (Ed. Johan Decavele en Bart Doucet).
(2) J. Decavele, P. Lootens et al., De opera van Gent. Het “Grand Théâtre” van Roelandt, Philastre en Cambon, Tielt, Lannoo, 1993, p. 19
(3) J. Decavele, P. Lootens et al., op. cit., p. 27.
(4) L.P. Grijp, Een muziekgeschiedenis der Nederlanden, Amsterdam, Amsterdam Universty Press-Salomé, 2001, p. 517.
(5) S. Baeck, Van Théâtre Royal Français de Gand naar Vlaamse Opera in drie bedrijven - Over de invloed van de Duitse bezetter op het Gentse operaleven tijdens Wereldoorlog II, Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent), 2012, p. 96.
(6) G. Kwanten en E. Put, Archivistiek – Theorie & methodologie, Brussel, VUB, 2016, p. 33-34.
(7) T. Van Havere, De droom van een archivaris - Een analyse van de constructie van het stadsarchief van Gent en zijn collecties tussen 1800 en 1930, Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2013. 376 p. (Promotor G. Janssens).
(8) Digitale inventaris ‘KOG reeks’ – raadpleegbaar via archiefbeheersysteem van SAG.
(9) C. Verbelen, De kunst van het bewaren, vernietigen is de kunst. Hedendaags documentbeheer in de Vlaamse Opera Richtlijnen en advies voor de dienst dramaturgie. Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2010, p. 21.
(10) M. Vandenabeele. ‘The Opera ain’t over till the fat lady sings’ – een overzicht van het archief van de Gentse Opera. Brussel (onuitgegeven licentiaatsverhandeling Vrije Universiteit Brussel), 2017. 121 p. (Promotor F. Scheelings).

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn