Muzikaal erfgoed van begijnen

Inleiding


Beggyntjens al ghelijck ick
bidd’u neemt in danck
dit boecksken, ’t is vervult
met over-soeten sanck.

Wat zijn begijnen? 

Begijnen zijn rooms-katholieke, vrome vrouwen die als leek behoren tot een begijngemeenschap. Ze leggen geen eeuwige geloften af en kunnen dus persoonlijke goederen bezitten zoals een huis. Begijnen beloven kuisheid maar men kan steeds uittreden en huwen of – zoals ook vaak gebeurt - toetreden tot een kloosterorde. Het fenomeen groeit geleidelijk aan gedurende de elfde en twaalfde eeuw maar bloeit intens in de dertiende eeuw. Begijnen komen vooral voor in de Lage Landen, maar ook in Frankrijk, Duitsland en Zwitserland. Vanaf de veertiende eeuw daalt het aantal begijnen sterk als gevolg van vervolgingen wegens ketterij. Begijnhoven worden gesloten of omgevormd tot kloosters.  Hierdoor verdwijnt dit fenomeen nagenoeg volledig in Duitsland en Frankrijk.

Dankzij de verdediging van de begijnen, door de bisschoppen van de Lage Landen, bloeit het begijnenleven hier nog wél sterk tot de twintigste eeuw. De voornaamste getuigen van dit verleden zijn de talrijke begijnhoven waarvan er voor het overgrote deel nog enkel in Vlaanderen te vinden zijn. Dertien Vlaamse begijnhoven worden in 1998 dan ook erkend als Werelderfgoed door UNESCO.

Muzikaal erfgoed van begijnen

Als stille getuigen van dit belangrijk deel van het culturele en religieuze leven in de middeleeuwen en daarna, gaat er terecht veel aandacht naar de vaak mooi gerestaureerde begijnhoven van Vlaanderen. Toch zijn er ook minder stille maar vaak ook minder bekende getuigen van dit deel van ons verleden, zoals de muziek die destijds klonk in de begijnhoven van Vlaanderen en omstreken.  

Op Youtube

Cum in Sancta Katherina

Het Antifonarium Cum in Sancta Katherina, uit een zestiende-eeuws  Brugs processionale (ca. 1550).

Beghinae in cantu instructae

In 2008 verscheen het boek Beghinae in cantu instructae – Muzikaal erfgoed uit Vlaamse begijnhoven (middeleeuwen-eind 18de eeuw) onder redactie van Pieter Mannaerts. Dit kan zonder twijfel gelden als het basiswerk rond dit onderwerp. 

Bijzondere stukken en collecties


Liturgisch verzamelhandschrift ca. 1763-1766
Franciscus Krafft en het Leuvense begijnhof
In de Koninklijke Bibliotheek van Brussel (fonds Herman Roelstraete) en de bibliotheek van de K.U.Leuven (universiteitsarchief) worden een aantal handschriften bewaard die ooit toebehoorden aan het Leuvense begijnhof Ten Hove, het ‘Groot Begijnhof’. Die handschriften bevatten verschillende composities van Franciscus Krafft (1729-1795), die in de jaren 1760 werkzaam was voor het begijnhof en later als kapelmeester verbonden zou zijn aan de Gentse Sint-Baafskathedraal. Het gaat om religieuze composities die uitgevoerd werden tijdens de mis en het officie. Enkelen zijn heuse autografen.

 
Turnhouts processionale (Vlaams topstuk) en enkele voorbeelden van drukken
Collectie Turnhout
Zowel qua omvang en inhoud als qua diversiteit is de bladmuziekcollectie van het Turnhoutse Sint-Catharina Begijnhof uniek in Vlaanderen. Bovendien wordt deze collectie nog steeds in situ bewaard in het Begijnhofmuseum. Het omvangrijke bestand – met handschriften en drukken van de zestiende tot de twintigste eeuw – bevat veel lokaal repertoire en getuigt van de (zowel vocale als instrumentale) musiceerpraktijken die gebruikelijk waren in deze begijnengemeenschap. De Turnhoutse collectie is daardoor een ideale bron om de levenswijze van de begijnen in haar liturgische en muzikale gedaante, over de eeuwen heen, te bestuderen. Het handschrift nummer 1 verwierf in 2008 het statuut van Vlaams topstuk. Dit handschrift vindt u bij de afbeeldingen.

 
enkele voorbeelden
Het Gentse ‘Groot Begijnhof’: begijnenmuziek na 1800
Met meer dan zeventig stukken bevat de muziekcollectie van het Gentse Groot Begijnhof (Begijnhof Sint-Elisabeth in Sint-Amandsberg) de grootste verzameling van bladmuziek uit de negentiende en twintigste eeuw. Deze collectie toont daardoor opvallend veel relatief jonge stukken in vergelijking met de andere begijnhofcollecties en documenteert uitvoerig het muziekleven van de begijnen tijdens de laatste twee eeuwen van hun bestaan. Die blinkt uit in een grote variatie van strikt liturgische en andere geestelijke composities, in het Latijn en het Nederlands, en een groot aantal profane gezangen, zoals een lied over het verschil tussen nonnen en begijnen.

 
enkele voorbeelden

Lofdichten
De belangrijkste gebeurtenissen in het leven van de begijn, zoals haar volwaardige toetreding tot de begijnengemeenschap of haar 25- en 50-jarig jubileum, werden vaak extra in de kijker gezet met speciaal voor de gelegenheid geschreven lofdichten. Vaak gaan dergelijke lofdichten gepaard van een speciaal geschreven lied, dat als contrafact op een bestaande melodie gezongen wordt (enkel de tekst is nieuw). Vanaf het einde van de zeventiende eeuw tot in de twintigste eeuw was deze praktijk in alle Vlaamse begijnhoven gangbaar en populair. De Gentse Universiteitsbibliotheek en de Parkabdij in Heverlee bezitten – met elk zo’n 80 stuks – de grootste collecties lofdichten, met voorbeelden die uit heel Vlaanderen afkomstig zijn.

 

Een muzikale impressie

Interview met de laatste begijn

In 2008 interviewde een medewerker van Resonant de laatste begijn. Ze is de laatste, levende en muzikale kroongetuige die van binnenuit het muziekleven van de begijnen kon beschrijven.

Literatuur rond begijnen en begijnmuziek

We verzamelden voor u een selectie van de voornaamste literatuur rond de geschiedenis van de (Vlaamse) begijnhoven en over het muziekleven in het bijzonder. Daarnaast geven we een overzicht van enkele bronnen met betrekking tot het muziekleven in begijnhoven en specifieke werken rond bepaalde bronnen.

print deze pagina