- home
- Maak kennis
- Aan de slag
- voor beiaardiers
- Voor studenten
- Handboek Muzikaal Erfgoed
- Thema's
- nieuws
- Over Resonant
Deze voorbeelden situeren zich voornamelijk in de klassieke sfeer. Deze beperking heeft haar oorzaak in auteursrechtelijke moeilijkheden. We streven er naar om in 2012 heel wat meer voorbeelden, onder meer uit de jazz en de lichte muziek, te presenteren. Bovenstaande geluidsfragmenten worden aan de hoogst mogelijke kwaliteit 'gestreamed'; we raden dan ook aan om adeaquate geluidsapparatuur te gebruiken bij het afspelen.
Willem Gommaar Kennis was een vioolvirtuoos uit Lier en werkte in zijn geboortestad en in Leuven. Charles Burney was slechts één van de vele bewonderaars van zijn virtuositeit. Hij componeerde religieuze en instrumentale muziek. Eén van zijn sonates wordt hier uitgevoerd door Guido De Neve (viool: Hendrik Willems, 1692) en Frank Agsteribbe (klavecimbel: Dulcken, 1747) op instrumenten uit het Museum Vleeshuis in Antwerpen.
Dit fragment van gregoriaanse muziek is bijzonder oud en dat valt onder meer af te leiden uit het feit dat voor de notatie geen notenbalk is gebruikt maar neumen die boven de tekst zijn aangebracht. De perkamenten folio heeft een geschiedenis achter de rug zoals vele andere (zie ook bad pratices) waarbij het dienst deed als versteviger voor een boekband. Soms levert dat moeilijkheden op voor het reconstrueren van de plaats van deze liturgische muziek. Ensemble Psallentes (www.psallentes.be) brengt deze communio die afkomstig is uit de Norbertijner Parkabdij (Heverlee) en bewaard wordt in de Leuvense Universiteitsbibiliotheek.
In de renaissance brengen componisten hulde bij het overlijden van een beroemde tijdgenoot door in een klaagzang muziek van hen te gebruiken. In het stemboekje uit een privécollectie staat bij dit klaaglied het opschrift Josquiniana sepultura. De anonieme componist gebruikte in de cantuspartij de melodie van het beroemde Nymphes des bois dat Josquin Desprez schreef op de dood van Johannes Ockeghem. De Capilla Flamenca (www.capilla.be) tekent voor de uitvoering van deze treurmuziek.
Uit het gemeentehuis van Munsterbilzen komen fragmenten gegoriaans die momenteel door Resonant worden bewaard. Sommige fragmenten zijn niet meer dan stroken of repen perkament om boekenruggen te versterken. Dit graduale komt van een volledige folio en is vreemd genoeg niet op vier lijnen maar op een vijflijnige notenbalk is genoteerd. Ensemble Psallentes (www.psallentes.be) brengt deze perkamenten snippers tot klank.
Dit meerstemmig Maria-antifoon komt uit een koorboek dat in privébezit wordt bewaard en afkomstig zou zijn uit een Brussels Dominicanenklooster. Het papieren koorboek stamt uit het begin van de zeventiende eeuw en bevat witte mensurale notatie in handschrift. De Capilla Flamenca (www.capilla.be) brengt het eerste vers van dit werk.
Niet alle muzikaal erfgoed in Vlaanderen is van Vlaamse origine. In de bloeitijd van de polyfonie is muziek een exportproduct. In de zeventiende en achtiende eeuw wordt toonaangevende muziek uit het buitenland gehaald. Arcangelo Corelli is belangrijk geweest in de ontwikkeling van de instrumentale muziek voor kleine bezetting. De muzikantenfamilie Di Martinelli kocht een Antwerpse druk (die twee jaar na de Italiaanse editie verscheen) van Corelli's 12 Sonate a tre. Na omzwervingen van de familie via Den Haag en Diest werd de collectie in de jaren negentig van de vorige eeuw geschonken aan de Universiteitsbibliotheek van Leuven. Dirk Vandaele (viool 1), Marianne Herssens (viool 2) en Bart Jacobs (orgel) brengen het laatse deel van deze Italiaanse sonate.
Dit welluidend stukje orgelmuziek dat duidelijk bedoeld is voor de Paastijd wordt door Bart Jacobs , ingeleid door ensemble Pasellentes, gespeeld op het oude orgel van de begijnhofkerk van Leuven. De partituur in handschrift werd gevonden in de kerk van de Parkabdij van Heverlee en bevat de verwijzing naar deze componist die als baszanger actief was in Mechelen, Leuven, Luik en Bonn. Het handschrift draagt de datum 1729, maar het papiersoort en watermerk lijken te wijzen op het einde van de 18de eeuw. Is dit handschrift een later afschrift of een vervalsing?
De beiaardkunst van de Lage Landen brengt menig buitenlands bezoeker tot verwondering. In de achttiende passeert de Engelse Charles Burney tal van Vlaamse steden en zijn verwondering wordt ook onbegrip en zelfs ergernis. Koen Van Assche (http://www.koenvanassche.be) brengt met Les folies d'Espagne deze selectie uit een variatiereeks op een populair basschema. Vaak werd dit soort muziek ook geïmproviseerd. De opname gebeurde op de historische beiaard van Veere, waar meerdere leden van de familie Vanden Gheyn aan bijdroegen. Het handschrift is vermoedelijk in 1755-1756 samengesteld en wordt bewaard in de Leuvens Universiteitsbibliotheek.