De nieuwsbrief van augustus is het startschot voor een nieuwe reeks rond het topstukkenbeleid in het buitenland.
Sinds 2003 beschikt Vlaanderen over haar eigen ‘Decreet houdende bescherming van het roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang’, beter gekend als het Topstukkendecreet. Het decreet bepaalt dat roerende goederen (afzonderlijk of in een verzameling) vanwege hun archeologische, historische, cultuurhistorische, artistieke of wetenschappelijke betekenis beschermd kunnen worden. Hoewel antecedenten van dit decreet reeds in 1960 en 1982 te vinden waren, met respectievelijk de ‘Wet van 16 mei 1960 betreffende ’s Lands roerend cultureel patrimonium’ en het ‘Decreet van 17 november 1982 houdende bescherming van het roerend cultureel patrimonium’, zouden deze nooit in de praktijk worden toegepast. Dankzij het Topstukkendecreet hinkt Vlaanderen t.a.v. de meeste andere Europese landen niet meer achterop in de bescherming van roerend cultureel erfgoed.
Maar hoe zit het nu precies in die andere landen? Welke regelgeving troffen zij reeds om roerend cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang te beschermen? En binnen welke Europese context diende dit allemaal te gebeuren?
In deze nieuwe reeks kijken we even over de gemeenschapsgrenzen heen en gaan we op zoek naar gelijkaardige wet- of regelgevingen in het buitenland. Om het geheel te kaderen in een ruimere context, komen in de eerste aflevering de Europese verdragen en verordeningen aan bod die het behoud van het cultureel erfgoed stimuleren.
Bedoeling is niet de bestaande en vroegere wetgeving van uitgebreid cultuurfilosofisch commentaar te voorzien, wel bieden we een overzicht van de bestaande wetgeving in het buitenland, en verwijzen we u via talrijke links door naar interessante websites en documenten.