De inventarisatie van de collectie liturgica van de Sint-Romboutskathedraal Mechelen
Het archief van de Mechelse Sint-Romboutskathedraal, dat geraadpleegd kan worden in het Aartsbisschoppelijk Archief te Mechelen, bevat een rijke achttiende- en negentiende-eeuwse muziekverzameling. Daarnaast bewaart het archief een aanzienlijk aantal liturgische drukken. De inventarisatie van deze collecties, die uitgevoerd werd dank zij een projectsubsidie van de Vlaamse Overheid, is afgerond.
Het Aartsbisschoppelijk Archief te Mechelen zorgde als initiatiefnemer van het project voor de nodige infrastructuur en nam een gespecialiseerde medewerker in dienst. Resonant engageerde zich ertoe de uitvoerder van het project inhoudelijk te begeleiden en logistieke en muziektechnische ondersteuning te bieden. Voor de beschrijving van de liturgische collectie werkten het Aartsbisschoppelijk Archief en Resonant samen met Short Title Catalogus Vlaanderen (STCV). FoKaV (Forum Kerkelijke Archieven Vlaanderen) voerde een beschrijving in in Archiefbank Vlaanderen.
Het Aartsbisschoppelijk Archief bewaart meer dan driehonderd drukken en circa vijftien handschriften voor de eredienst, afkomstig uit drie Mechelse kerken. Het merendeel ervan behoorde toe aan de Sint-Romboutskathedraal; een vijfentwintigtal stukken draagt een ex libris van de Sint-Janskerk en enkele exemplaren hebben de kerk van Onze-Lieve-Vrouw over de Dijle als herkomst.
De indrukwekkende verzameling omspant bijna vijf eeuwen eredienst: het oudste werk, een tweedelig antifonarium, verscheen in 1573 bij Christophorus Plantijn; het jongste stuk, een uittreksel uit het missaal, rolde in 1969 van de pers. Ze weerspiegelt het rijke palet van boeken voor de mis en - in mindere mate - het officie. Missalen, evangelieboeken, gradualen, brevieren, antifonaria en processionales vormen een representatief deel van het bezit.
Het aandeel van genoteerde gregoriaanse gezangen varieert in de verschillende bronnen. In evangelieboeken en brevieren zijn ze volledig afwezig, in boeken als missalen blijven ze beperkt tot incipits of korte aanvangsmelodieën, terwijl gradualen en antifonalen vooral volledige liturgische gezangen bevatten. Hoe zeldzaam de gezangen uit de drukken en handschriften zijn moet verder onderzoek uitwijzen.
De boeken hadden in de eerste plaats een praktische functie. Niet alleen gehavende en/of verstevigde bladranden, maar ook verschillende latere toevoegingen getuigen van het gebruikskarakter van de boeken. De gedrukte aanvullingen beslaan meestal slechts 1 folio en bevatten voornamelijk teksten voor nieuwe feesten van heiligen en voor speciale hoogdagen eigen aan het bisdom. Hoewel deze addenda in verschillende codices voorkomen zijn ze hoofdzakelijk terug te vinden in missalen. Die hebben er gemiddeld zo'n twintig, met een uitschieter tot vierenveertig.
De meeste edities kwamen vrij lokaal tot stand. Verschillende drukken uit het ancien régime komen uit het Antwerpse atelier van Plantijn-Moretus; voor de negentiende en twintigste eeuw keren de namen van de Mechelse drukkers Hanicq en en zijn opvolger Dessain veelvuldig terug.