De achttiende-eeuwse muziekcollectie van het Aartsbisschoppelijk Archief
Het Historisch Archief van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel bewaart een zeer interessante achttiende-eeuwse muziekcollectie uit de Sint-Romboutskathedraal. De verzameling werd onlangs geïnventariseerd.
Naast een aanzienlijk aantal liturgische drukken bewaart het Historisch Archief van het Aartsbisdom Mechelen-Brussel een rijke achttiende- en negentiende-eeuwse muziekcollectie uit de Mechelse Sint-Romboutskathedraal. De diocesane archiefdienst ontving Vlaamse projectsubsidie voor de inventarisatie van de verzameling. Resonant begeleidde de projectmedewerkster; het Forum Kerkelijke Archieven Vlaanderen (FoKAV) zorgde voor de opmaak van fiches over de archiefbestanden van het Sint-Romboutskapittel, waarin de beschrijvingen van de inhoud van muziek- en liturgische collecties geïntegreerd werden. Deze steekkaarten zijn onder andere raadpleegbaar via www.archiefbank.be.
De beschrijvingen van de werken werden toegevoegd aan de internationale database RISM (Répertoire Internationale des Sources Musicales), waardoor de werken deel uitmaken van het internationale muzikale erfgoed.
De unieke achttiende-eeuwse verzameling telt circa 139 afzonderlijke composities waarvan 77 werken integraal bewaard zijn. De meeste werken zijn anoniem overgeleverd, 45 handschriften bieden indicaties over de (vermoedelijke) componist. Als componist worden vooral Italianen genoemd: Francesco Nicola Fago (1677-1745), Domenico Natale Sarro (1679-1737), Carlo Francesco Pollarolo (1653-1723), Antonio Pollarolo (1676-1746), Nicola Porpora (1686-1768), Antonio Lotti (1666-1740), Floriano Arresti (1667-1717), Francesco Durante (1684-1755), Francesco Grassi (?-?) en Geronimo Scaro (?-?). Verder bevat de collectie één manuscript van de hand van Carolus Josephus Thomas, zangmeester aan de Sint-Romboutskathedraal in de periode 1751- ca. 1764. 48 gedateerde handschriften kwamen tot stand in de korte tijdspanne tussen 1701 en 1714. Nazicht in RISM leert dat de collectie voornamelijk unica bevat. Via RISM zal het bovendien mogelijk zijn nog ontbrekende partituren te vervolledigen door het samenbrengen van stemmenmateriaal dat wellicht verspreid zit over meerdere landen.
De werken zijn geschreven voor een gemengde bezetting bestaande uit stem(-men) (1 à 2 solisten of een 4- tot 9-stemmig vocaal ensemble) en instrumenten (2 violen, cello en een becijferde bas, soms aangevuld met bijkomende strijk- of blaasinstrumenten). De composities zijn uitsluitend religieus van aard, namelijk missen of afzonderlijke misdelen (samen 13 handschriften) en motetten op diverse Latijnse teksten (psalmen, antifonen, Magnificat, … in totaal 126 werken). Deze collectie vormt ook een mooie illustratie voor de boeiende discussie die momenteel gevoerd wordt in muzikantenmiddens rond de al dan niet solistische uitvoering van vocale werken in de achttiende eeuw, zoals de Bachcantates met Sigiswald Kuijken.
Door een bijzonder gelukkig toeval was Stefanie Beghein bereid haar licentiaatsthesis musicologie te wijden aan deze uitzonderlijke collectie. Ze transcribeerde de anonieme Missa 9 en vergeleek ze met andere missen uit het fonds. Dit bracht een opvallende homogeniteit aan het licht, zowel op vlak van bezetting en schriftuur (afwisselend delen in stile antico en stile moderno, idiomatische vioolpartijen) als wat de formele opbouw betreft (“Napolitaanse” Kantatenmesse, waarbij het Gloria uit een nummerstructuur van 9 of 10 verschillende en contrasterende delen bestaat).
Uit de Acta Capitularia en twee contemporaine muziekinventarissen kan worden afgeleid dat de huidige achttiende-eeuwse collectie - op een zestal werken na, waaronder het Gloria van Thomas - afkomstig is uit de schenking van Vanden Branden de Reeth. In 1739 schenkt deze edelman en amateur muzikant aan het Sint-Romboutskapittel een muziekcollectie die bestaat uit missen, symphoniae en verscheidene andere muzikale stukken (i.e. motetten). De handschriften werden eerder in Italië verzameld, wat de opvallende dominantie van Italiaanse componisten kan verklaren. De inventarissen die het kapittel in 1739 naar aanleiding van deze schenking laat opstellen, tonen aan dat de Italiaanse collectie aanvankelijk 224 handschriften telde. Ongeveer de helft hiervan wordt bewaard in het Aartsbisschoppelijk Archief, aangevuld met enkele werken die niet in de inventarissen vermeld worden en wellicht pas na 1739 in het bezit van het Sint-Romboutskapittel zijn gekomen.
Om de muziekcollectie in een breder kader te situeren, gaat dit onderzoek ook dieper in op het muziekleven aan de Sint-Romboutskathedraal. Meerdere musici zijn in de 18de eeuw verbonden aan de Mechelse kathedraal, zowel volwassen “professionals” als jonge knapen die opgeleid worden aan de koralenschool. Het vaste instrumentale ensemble bestaat minstens uit twee violisten, een speler van een besnaard basinstrument, een serpentspeler en een organist. Vijf volwassen zangers - waarvan vier benoemd worden onder de kanunniken van Zellaer - en twee tot vijf koralen verzorgen de vocale partijen. De zangmeester of phonascus neemt de leiding van de muziekuitvoeringen tijdens de erediensten op zich en staat ook in voor het onderhoud en onderricht van de koralen. Ook al zijn de archivalische bronnen omtrent het muziekleven en de muzikanten vaak fragmentarisch en ontoereikend om een exhaustief overzicht te geven, toch bieden ze cruciale informatie die niet enkel an sich relevant is, maar die bovendien ook toelaat de achttiende-eeuwse uitvoeringspraktijk te reconstrueren om zo de muziek uit deze collectie in haar context tot leven te brengen.
Ontsluiting van deze muziek voor een breder publiek is voorzien in 2009 in het kader van het 450 jarig bestaan van het Aartsbisdom.