Zoeken

In de ban van de vlag en de vaandel

Vlaggen en vaandels spelen al van oudsher een centrale rol binnen muziekverenigingen. Uit de kasboeken van vooroorlogse muziekverenigingen blijkt dat de grosse-caissedrager en de vaandeldrager de enige leden waren van de vereniging die voor hun prestatie betaald werden. Vooral in het laatste kwart van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw was het vaandel een belangrijk symbool, bindmiddel en prestigestuk. Verenigingen leverden dan ook enorme financiële inspanningen om zich een vaandel te kunnen veroorloven.


Het prestige was een belangrijke drijfveer. Bij optochten loopt de vaandeldrager voorop en draagt het oude, met zorg gekoesterde vaandel voor zich uit. Dat leidde zelfs tot de organisatie van vaandelfeesten, waarbij verschillende verenigingen tegen elkaar uitkwamen in een wedstrijd om het mooiste vaandel. Voor de muzikanten hadden vlaggen en vaandels vaak ook een diepere betekenis. Ze creëerden als het ware een emotionele band tussen de leden en hun vereniging, ze waren het symbool van de wil om samen te musiceren. Talrijke verenigingen tonen deze eensgezindheid in hun naam: De Eendracht, De Ware Vrienden.


Vaandels waren van zwaar fluweel, versierd met goud- en zilverborduursel en halfedelstenen of een imitatie van echte edelstenen. De randen waren meestal met een gouden franje afgeboord. Het vaandel werd in ruitvorm aan de draagstok gehangen. Door het gebruik van zware materialen kreeg het een statisch uitzicht en was het niet geschikt om te wapperen. Vandaar dat de achterzijde niet versierd werd. Vlaggen daarentegen waren uit een lichter materiaal vervaardigd, voornamelijk uit zijde of wol. Ze hadden een vierkante of rechthoekige vorm en werden aan de zijkant van de draagstok bevestigd. Vooral na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal vlaggen uit goedkopere en synthetische materialen enorm toe.


De laatste jaren wordt het vaandel geherwaardeerd. De oude vaandels worden te pronk gesteld en soms gerestaureerd. Met dergelijk historisch materiaal omgaan is weliswaar een complexe zaak. Textiel heeft immers een tijdelijk bestaan: zowel licht als klimatologische omstandigheden beïnvloeden hun levensduur. Van alle verouderingsprocessen heeft licht de meest schadelijke invloed op textiel. De schade is bovendien onherstelbaar. Licht doet textiel verkleuren. Daarom is het aan te raden om te vermijden dat de zon rechtstreeks op het vaandel schijnt. Ook kan de hoeveelheid kunstmatig licht beperkt worden door minder en zwakkere lampen te gebruiken.


Naast licht zijn ook de relatieve vochtigheid en temperatuurschommelingen belangrijke schadeoorzaken. Idealiter zou de relatieve vochtigheid tussen de 48 en 55 procent moeten bedragen. Een te hoge relatieve vochtigheid bevordert namelijk de veroudering van textiel. Is de omgeving daarentegen te droog, dan wordt het textiel broos. Een te hoge temperatuur bevordert dan weer de ontwikkeling van ongedierte. Grote temperatuursveranderingen kunnen condensatie van waterdamp op de voorwerpen veroorzaken en corrosie van de metalen onderdelen. Daarom moet de temperatuur steeds zo laag mogelijk worden gehouden. Het vaandel mag zeker nooit boven of in de buurt van een warmtebron bewaard worden. De stijgende warmte doet niet alleen de vezels uitdrogen, maar doet ook stof en vuil circuleren.


Vooral preventieve maatregelen zijn belangrijk om ongedierte tegen te gaan. Een grondige poetsbeurt van de bergruimte, de kast of de vitrine waarin het vaandel zich bevindt, is van het grootste belang. Deze ruimtes en het vaandel zelf moeten minstens één maal per jaar nagekeken worden op schimmels en insecten. Wanneer een aantasting wordt vastgesteld moet zij behandeld worden. De producten om insecten te vernietigen zijn schadelijk voor de mens en voor het vaandel. Dergelijke ingrepen zijn het werk van een restaurateur. Zij hebben echter geen blijvende werking zodat preventieve maatregelen noodzakelijk blijven.