Einde juni honoreerde het FWO-Vlaanderen de aanvraag voor een aspirantenmandaat dat zal uitmonden in een doctoraat over het gregoriaans in de handschriften van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Tongeren. Onder de werktitel Het gregoriaans van de seculiere clerus in de Lage Landen: muziek en liturgie aan de collegiale Onze-Lieve-Vrouwekerk in Tongeren (14de–15de eeuw) zal Pieter Mannaerts (Alamire Foundation vzw en afdeling musicologie K.U.Leuven) vanaf 1 oktober 2004 gedurende vier jaar onderzoek hiernaar verrichten.
De stichting van de basiliek is gehuld in de nevelen van de tijd: volgens de ene legende zou ze het werk zijn van de heilige Servatius (+384), volgens de andere was de heilige Maternus (+325) hem voor. Wat er ook van zij, het staat vast dat er vanaf 1240 aan de gotische kerk werd gebouwd en dat Tongeren vanaf de 13de eeuw steeds belangrijker werd als liturgisch en muzikaal centrum. Een uitzonderlijk rijk religieus patrimonium is hiervan de stille getuige. Dat een deel van dit patrimonium allesbehalve tot stilzwijgen was voorbestemd, bleek reeds uit een eerste doctoraatsstudie over het muziekleven in de periode ca. 1400-1797 (Eugeen Schreurs). In het te voeren onderzoek van Pieter Mannaerts naar het ‘klinkend’ Tongerse patrimonium staat ditmaal de collectie liturgische zangboeken centraal.
De studie bestaat uit drie luiken. Het eerste, codicologische luik steunt op de inventarisatie van de collectie die de afgelopen maanden reeds werd uitgevoerd in opdracht van Resonant vzw, mede geïnitieerd door Erfgoedcel Tongeren vzw. In tweede instantie wordt gezocht naar de eigenheid van de Tongerse liturgie. Was deze - zoals steeds verondersteld wordt - wel volledig identiek met de liturgie van het bisdom Luik waartoe Tongeren behoorde? De aanwezigheid van een uitgebreid Liber ordinarius – een minutieus uitgewerkt draaiboek voor het verloop van de liturgie – en de momenteel beschikbare literatuur over Radulphus de Rivo, deken van het kapittel in de tweede helft van de 14de eeuw, laten het tegendeel vermoeden.
Tenslotte wordt uiteraard het gregoriaans zelf bestudeerd, met bijzondere aandacht voor een aantal deelfacetten als notatie, melodische en modale gestalte, uitvoeringspraktijk en relatie tot de polyfonie. Het is de bedoeling om een preciezer antwoord te krijgen op de vraag of het repertoire in Tongeren ook op muzikaal vlak een ‘eigen geluid’ heeft of in hoeverre het aanleunt bij de repertoires van omliggende gebieden.