In 2006 werden transcripties gemaakt van een aantal achttiende-eeuwse missen die geschreven werden voor en opgedragen aan het O.L.V.-kapittel. Deze transcripties hebben al geleid tot verdere studie van het repertoire.
Enkele weken terug studeerde Bart Devos af als musicoloog aan de Katholieke Universiteit Leuven met een masterthesis waarin hij twee paasmissen uit de collectie analyseerde en vergeleek: de paasmis van Willem De Fesch en de Missa Paschalis van Alphonse d’Eve. Beide componisten zijn kapelmeester aan de Antwerpse kathedraal: eerst d’Eve vanaf 1718, al wordt deze nooit benoemd en in 1725 terzijde geschoven ten bate van Willem De Fesch. Beide hebben de post verkregen door deelname aan een wedstrijd ingesteld door het kapittel. Het uitschrijven van een dergelijke wedstrijd en de verspreiding van de vacature via de krant Les relations véritables, wijst op een verruiming van het rekruteringsgebied en een meer competitieve ingesteldheid. Met de aanwerving van d’Eve en De Fesch begint een relatieve bloei van het muziekleven aan de kathedraal. Zowel de Missa Paschalis van d’Eve (1719) als die van De Fesch (1730) bestaan uit de drie ordinariumdelen Kyrie-Gloria-Credo. De tekstrijke delen Gloria en Credo worden onderverdeeld in kleinere fragmenten met een afwisselend homofone en concerterende schriftuur. Ze verschillen echter van duur, van toonaard en ook van bezetting. Beide paasmissen hebben tevens iets onverwachts in huis. Over het Credo van De Fesch bestaat de twijfel of het door De Fesch zelf is geschreven aangezien o.a. het handschrift verschilt van het Kyrie en het Gloria. Ook een minder doorgedreven nummerstructuur en een bijzonder einde versterken die twijfel. Het zou kunnen dat het door hemzelf op een later tijdstip of door één van zijn leerlingen eraan toegevoegd is. Het merkwaardige aan de Missa Paschalis van d’Eve is dat het Kyrie maar uit één deel bestaat, waar de drie gebruikelijke geledingen moeilijk of zelfs helemaal niet te ontwarren zijn. Een aantal achttiende-eeuwse missen werd reeds bewaard in de bibliotheek van het Koninklijk Vlaams Conservatorium. Onlangs echter werden de overige missen, samen met de rest van de historische muziekcollectie van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen, ook overgebracht naar de conservatoriumbibliotheek.
Het transcriptieproject van 2006 is ook de aanzet geweest tot een multidisciplinair onderzoeksproject dat zich richt op de kerkelijke cultuur en consumptieveranderingen in de ongelukseeuw, casus Antwerpen, ca. 1650-1750. Het onderzoek gebeurt door de Associatie Universiteit (departement Geschiedenis) en Artesis Hogeschool (departement Dramatische Kunst, Muziek en Dans) Antwerpen en wordt door Stefanie Beghein gevoerd (2008-2011).