Zoeken

Problemen en uitdagingen

Duurzaamheid

In de eerste plaats is ook digitaal erfgoed niet immuun voor de tand des tijds. Ook de bits en bytes waaruit een digitaal document bestaat hebben de neiging om te degraderen. Zogenaamde bitrot treedt op wanneer die nullen en enen verdwijnen of veranderen: een één wordt een nul of omgekeerd. Meestal is dat het gevolg van slijtage aan de drager van het document (computer, tape, cd-rom, het RAM-geheugen, enz.). Hoe minuscuul zo’n wijziging ook mag lijken, bitrot kan er wel toe leiden dat een document niet meer gelezen kan worden, noch door apparatuur, noch door de mens.

Bovendien maken snelle technologische vernieuwingen dat software en hardware in een minimum van tijd verouderen. Nochtans zijn die apparatuur en programmatuur onontbeerlijk bij het raadplegen van digitale documenten. De oude diskettestations zijn niet meer beschikbaar op de huidige computers en teksten opgeslagen in WordPerfect kunnen enkel na veel moeite opnieuw ingekeken worden. Er zijn ontzettend veel programma’s, dus ook bestandsformaten, en verschillende versies van eenzelfde programma volgen elkaar razendsnel op. Zonder de juiste hard- en software kan de gegevensstroom – de reeksen nullen en enen – niet leesbaar gemaakt worden voor de mens. Niet alleen de snelle veroudering van hard- en software speelt daarin een rol. Het is ook nefast dat de meest gebruikte computerprogramma’s in handen zijn van een handvol commerciële bedrijven, die als enige de sleutel bezitten om documenten die in verouderde software gemaakt zijn opnieuw interpreteerbaar te maken. De duurzaamheid van digitale informatie garanderen is dan ook één van de topprioriteiten. Een mogelijke oplossing bestaat er in om digitale documenten om te zetten naar zogenaamd ‘open’ bestandsformaten. Meer lezen over deze problematiek en mogelijke oplossingen kan binnenkort op de pagina's met raadgevingen voor componisten en beiaardiers.

Selectie

De digitale mogelijkheden worden massaal benut. Dagelijks wordt dan ook een kolossale hoeveelheid nieuwe documenten aangemaakt. Gelukkig bezitten niet al die documenten een even grote erfgoedwaarde, en moet dus niet alles voor de eeuwigheid bewaard blijven. Maar de vraag wat dan wel of niet in aanmerking komt voor bewaring op lange termijn is niet eenvoudig te beantwoorden… En ook bij de digitalisering van analoge documenten stelt zich de vraag naar selectie. Als bewaarinstelling kan je natuurlijk niet zomaar alle materiaal dat je bewaart gaan digitaliseren, daarvoor is digitalisering te duur en tijdrovend. Je doet er goed aan voorafgaand aan digitalisering duidelijke objectieve criteria te formuleren, opgesteld vanuit visies voor wie en waarom er gedigitaliseerd wordt. Is digitalisering de enige optie om het erfgoed voor de toekomst te behouden? Of digitaliseer je vooral om een deel van je collectie via het internet ter beschikking te kunnen stellen van het grote publiek? Bijkomende argumenten die je een rol kan laten spelen in het beslissingsproces zijn de representativiteit van het te digitaliseren materiaal voor de instelling en haar collecties, de historische relevantie ervan, de exclusiviteit, de wetenschappelijke of artistieke waarde, de volledigheid, de mate waarin het materiaal opgevraagd wordt door gebruikers, het voorhanden zijn van metadata, te verwachten kosten, problemen met auteursrechten, enz.

Authenticiteit

Een derde probleem dat zich stelt is de authenticiteit van digitaal erfgoed. Archiefdocumenten moeten zijn wat ze beweren te zijn, vervalsingen of manipulaties zijn uit den boze. Twijfel over wie de maker van een document is bijvoorbeeld, of binnen welke werkprocessen een document ontstond, brengen zijn authenticiteit in gevaar. Bovendien moet de authenticiteit ook aantoonbaar zijn. Waar je bij analoge documenten vaak relatief eenvoudig kan zien of ze veranderd of gecorrumpeerd zijn, is dat bij hun digitale tegenhangers veel moeilijker. Digitale documenten zijn veel gemakkelijker aan te passen, zonder onmiddellijk zichtbare sporen op het document na te laten. Heel wat disciplines zoeken momenteel naar geschikte oplossingen voor dit probleem, maar een algemene consensus is er nog niet.

Metadata

Als je een geluidsopname digitaal wil bewaren, dan volstaat het niet om enkel en alleen het eigenlijke geluidsbestand te bewaren. Hoe kan je immers garanderen dat je over een x-aantal jaar nog weet (bij wijze van voorbeeld) wie de componist is van het werk, wie de uitvoerders zijn, waar en wanneer de uitvoering opgenomen werd, of het al dan niet om een gecomprimeerd bestand gaat, enz. Niet alleen het erfgoed zelf moet dus bewaard worden, maar ook gegevens over dat erfgoed, de zogenaamde metadata (data over data). Dat geldt trouwens niet alleen voor opnames. Er zijn verschillende ‘soorten’ metadata. Sommige beschrijven de inhoud van een object (zoals de titel, auteur, jaar van creatie, enz.) of geven informatie over het behoud ervan (wanneer is de laatste back-up genomen, welke conservatiebehandelingen heeft het document al ondergaan, wanneer werd het bestand verworven, uit welke collectie of archief is het afkomstig, wie was de schenker of verkoper, wie bezit de rechten,…). Andere metadata bevatten eerder technische gegevens over het bestand (bijvoorbeeld de grootte van het bestand, welke codetaal werd gebruikt, het kleurenprofiel in geval van beeld, noodzakelijke weergaveapparatuur, eventuele compressieformaten enz.). Welke metadata prioritair, wenselijk of zelfs overbodig zijn hangt af van het type digitaal document. Een geluidsopname vraagt uiteraard andere metadata dan een boek, een e-mail, een digitale foto, enz. Op internationaal niveau werden standaarden vastgelegd rond deze metadata.

Rechten

Van zodra men erfgoed op websites wil plaatsen, krijgt men automatisch te maken met auteursrechten, naburige rechten, portretrechten, enz. Zolang (of voor zover) er rechten gelden, mag je het erfgoed zonder de toestemming van de rechthebbende(n) niet publiek toegankelijk maken via het internet. De rechthebbenden opsporen, toestemming vragen en eventueel onderhandelen over een vergoeding kan echter veel tijd in beslag nemen. Soms worden de vergoedingen geïnd door collectieve rechtenorganisaties (de beheersvennootschappen). Wanneer moet je toestemming vragen? Wat mag je wel en wat niet? En wat gedaan wanneer de rechthebbenden onbekend of onvindbaar zijn (zogenaamde ‘verweesde’ werken)? Je weg vinden in de ingewikkelde wereld van de rechten is dus noodzakelijk als je plannen hebt om digitaal erfgoed te ‘gebruiken’. FARO, Vlaams Steunpunt voor Cultureel Erfgoed zet je alvast op het goede spoor met een dossier over auteursrechten.