- home
- Maak kennis
- Aan de slag
- voor beiaardiers
- Voor studenten
- Handboek Muzikaal Erfgoed
- Thema's
- nieuws
- Over Resonant
In tegenstelling tot de meeste andere muzieknotaties geeft de tabulatuur niet rechtstreeks aan welke noten gespeeld moeten worden (resultaatsnotatie), maar wel hoe de juiste noten gespeeld kunnen worden op het instrument waarvoor de muziek bedoeld is (actienotatie): welke snaren ingedrukt moeten worden en waar op de snaar dat moet gebeuren, welke toetsen naar beneden gedrukt moeten worden,…
Er zijn verschillende tabulatuursystemen in omloop geweest. Hoe een tabulatuur er uitziet is in de eerste plaats ingegeven door het soort instrument waarop de muziek gespeeld moet worden, maar ook dan zijn er ‘nationale’ systemen te herkennen. De meest gebruikte tabulaturen zijn die voor klavierinstrumenten (orgel, klavecimbel) en snaarinstrumenten (luit, gitaar). Hoewel Vlaanderen geen ‘eigen’ tabulatuurnotatie kende, zijn er wel collecties te vinden met fragmenten die het gebruik van de tabulatuur illustreren.
Luittabulaturen raakten sinds het einde van de vijftiende eeuw in gebruik. Grofweg kunnen er drie systemen onderscheiden worden, namelijk een Italiaanse, een Franse en een Duitse versie. De eerste twee maken gebruik van een systeem van lijnen die de snaren op de hals van de luit voorstellen. Daarop zijn in de Italiaanse notatie cijfers en in het Franse systeem letters aangebracht, die aangeven waar op de hals de snaar moet worden ingedrukt. Boven de snaarlijnen staan noten of waardestokjes (met vlagjes) die het ritme van de noten aangeven. De Duitse luittabulatuur daarentegen heeft geen snaarlijnen, maar enkel waardestrepen met daaronder een complex geheel van cijfers en letters, die de posities op de hals van de luit voorstellen.
Waar de luittabulaturen nog echt aangeven welke snaren en waar precies die moeten ingedrukt worden, combineert de Duitse orgeltabulatuur de traditionele mensurale notatie met een letterschrift waarbij het ritme wordt aangeduid door middel van punten, stokken en vlaggen. In sommige delen van Europa bleef de orgeltabulatuurnotatie tot in de achttiende eeuw in gebruik.
Ook in moderne muziek wordt nog gebruik gemaakt van een soort tabulatuur. Bij hedendaagse popsongs bijvoorbeeld zal je in de partituur naast de tekst en de melodie ook de begeleiding van de song in akkoorden terugvinden. Dikwijls zijn die akkoorden weergegeven door middel van kleine rasters. De horizontale lijnen van het raster stellen de frets van de gitaar voor, de verticale lijnen de snaren. Door bolletjes op dat raster te plaatsen kan de muzikant aflezen waar op de gitaarhals hij zijn vingers moet neerzetten om de juiste akkoorden te spelen. Omdat de rasters tonen hoe de akkoorden op een gitaar gespeeld moeten worden, noemt men ze ‘gitaartabs’.