Zoeken

Bijzondere stukken en collecties


Liturgisch verzamelhandschrift ca. 1763-1766
Franciscus Krafft en het Leuvense begijnhof
In de Koninklijke Bibliotheek van Brussel (fonds Herman Roelstraete) en de bibliotheek van de K.U.Leuven (universiteitsarchief) worden een aantal handschriften bewaard die ooit toebehoorden aan het Leuvense begijnhof Ten Hove, het ‘Groot Begijnhof’. Die handschriften bevatten verschillende composities van Franciscus Krafft (1729-1795), die in de jaren 1760 werkzaam was voor het begijnhof en later als kapelmeester verbonden zou zijn aan de Gentse Sint-Baafskathedraal. Het gaat om religieuze composities die uitgevoerd werden tijdens de mis en het officie. Enkelen zijn heuse autografen.

 
Turnhouts processionale (Vlaams topstuk) en enkele voorbeelden van drukken
Collectie Turnhout
Zowel qua omvang en inhoud als qua diversiteit is de bladmuziekcollectie van het Turnhoutse Sint-Catharina Begijnhof uniek in Vlaanderen. Bovendien wordt deze collectie nog steeds in situ bewaard in het Begijnhofmuseum. Het omvangrijke bestand – met handschriften en drukken van de zestiende tot de twintigste eeuw – bevat veel lokaal repertoire en getuigt van de (zowel vocale als instrumentale) musiceerpraktijken die gebruikelijk waren in deze begijnengemeenschap. De Turnhoutse collectie is daardoor een ideale bron om de levenswijze van de begijnen in haar liturgische en muzikale gedaante, over de eeuwen heen, te bestuderen. Het handschrift nummer 1 verwierf in 2008 het statuut van Vlaams topstuk. Dit handschrift vindt u bij de afbeeldingen.

 
enkele voorbeelden
Het Gentse ‘Groot Begijnhof’: begijnenmuziek na 1800
Met meer dan zeventig stukken bevat de muziekcollectie van het Gentse Groot Begijnhof (Begijnhof Sint-Elisabeth in Sint-Amandsberg) de grootste verzameling van bladmuziek uit de negentiende en twintigste eeuw. Deze collectie toont daardoor opvallend veel relatief jonge stukken in vergelijking met de andere begijnhofcollecties en documenteert uitvoerig het muziekleven van de begijnen tijdens de laatste twee eeuwen van hun bestaan. Die blinkt uit in een grote variatie van strikt liturgische en andere geestelijke composities, in het Latijn en het Nederlands, en een groot aantal profane gezangen, zoals een lied over het verschil tussen nonnen en begijnen.

 
enkele voorbeelden

Lofdichten
De belangrijkste gebeurtenissen in het leven van de begijn, zoals haar volwaardige toetreding tot de begijnengemeenschap of haar 25- en 50-jarig jubileum, werden vaak extra in de kijker gezet met speciaal voor de gelegenheid geschreven lofdichten. Vaak gaan dergelijke lofdichten gepaard van een speciaal geschreven lied, dat als contrafact op een bestaande melodie gezongen wordt (enkel de tekst is nieuw). Vanaf het einde van de zeventiende eeuw tot in de twintigste eeuw was deze praktijk in alle Vlaamse begijnhoven gangbaar en populair. De Gentse Universiteitsbibliotheek en de Parkabdij in Heverlee bezitten – met elk zo’n 80 stuks – de grootste collecties lofdichten, met voorbeelden die uit heel Vlaanderen afkomstig zijn.