Zoeken

Interview met de laatste begijn

In 2008 interviewde een medewerker van Resonant de laatste begijn. Ze is de laatste, levende en muzikale kroongetuige die van binnenuit het muziekleven van de begijnen kon beschrijven.

Resonant, centrum voor Vlaams muzikaal erfgoed, trok naar de laatste nog levende begijn in Vlaanderen en stelde haar enkele vragen over muziek in de begijnhoven in de twintigste eeuw. Het leverde een boeiend beeld op van de opleiding en activiteiten van een begijnorganiste.

Zuster Marcella Pattyn is een kranige oude dame die in augustus 2008 haar 88ste verjaardag mocht vieren in het bijzijn van de burgemeester en tal van genodigden. Voor deze gelegenheid mocht het laatste begijntje het rustoord zelfs verlaten voor een plechtige viering in het begijnhof in de stad aan de Leie. Zuster Marcella is geboren in Eeklo en trok op jonge leeftijd naar het groot begijnhof van Sint-Amandsberg bij Gent. Zelf had ze een muziekopleiding gekregen en orgelles gevolgd bij een blinde organist. Bovendien had ze ook harmonieles kunnen genieten. Daarnaast wist ze zich te bekwamen op accordeon en viool, naast banjo en mandoline. In Sint-Amandsberg stond Zuster Marcella in voor de begeleiding van de muziek bij de liturgie. Gezongen werd er in de kerk door wie dat wilde en kon maar er was geen georganiseerd koor of muziekensemble. Daarnaast was de muzikante aanwezig op talrijke feestelijke activiteiten buiten de eredienst, zoals jubilea of verjaardagen van medebegijnen. Daarbij luisterde ze etentjes op met accordeon en banjo, ook werden er al eens liederen gezongen. Een feestelijk moment was de jaarlijkse processie op Sacramentsdag. De begijnen verzamelden voor het begijnhof en trokken al zingend het domein rond om te besluiten met een Tantum Ergo. De begijnen zongen daarbij zowel Latijnse gezangen als Nederlandstalige liederen.

In 1960 kreeg ze bericht dat het begijnhof in Kortrijk -veel kleiner in bewonersaantal- zonder organiste was. Daarop besloot de zuster aan deze niet gestelde vraag te voldoen en de Kortrijkse begijnen te vervoegen. Daartoe moest ze in Gent eerst nog een opvolgster opleiden in het orgelspel en de begeleiding van talloze liederen. Zoals reeds aangehaald was het begijnhof in Kortrijk een stuk kleiner dan in Sint-Amandsberg. Dit had ook gevolgen voor de muziekcultuur zoals die door de oudere gemeenschap werd beleefd. Zuster Marcella bleef de muziek verzorgen tot de groep te klein werd; het orgel had het voordien al laten afweten. Intussen had ze nog regelmatig contacten met haar grootjuffrouw van Sint-Amandsberg en met het bevriende begijntje Maria uit Turnhout. Nu verblijft ze zelf als laatste begijn in een rusthuis.

Klaas Jaap van der Meijden 25/9/2008