- home
- Maak kennis
- Aan de slag
- voor beiaardiers
- Voor studenten
- Handboek Muzikaal Erfgoed
- Thema's
- nieuws
- Over Resonant
Met de erkenning van zo'n kleine vijftig afzonderlijke documenten en objecten en een drietal collecties als Vlaams topstuk staat het buiten kijf dat het topstukkenbeleid van de Vlaamse overheid ook op het muzikaal erfgoed een positief effect heeft. In deze bijdrage gaan we dieper in op het belang van het topstukkenstatuut voor het muzikaal erfgoed en de rol die Resonant speelde in deze erkenningen.
|
|
| Antifonarium Tsgrooten (Universiteitsbibliotheek Gent) |
In 2004 en 2009 stelde Resonant, telkens na een bevraging van het brede culturele veld, een proeflijst op van Vlaamse muzikale topstukken. Deze studieopdrachten in het kader van het Topstukkendecreet bevatten een oplijsting van muzikale topstukken die geselecteerd werden volgens de criteria zeldzaam én onmisbaar. Voorlopig selecteerden de Topstukkenraad en de minister al 50 afzonderlijke documenten en objecten of collecties als muzikaal topstuk: 32 daarvan zijn afkomstig van Resonants eerste proeflijst uit 2004, 15 van onze tweede proeflijst uit 2009, twee schilderijen werden geselecteerd op basis van de proeflijst ‘Vlaamse Primitieven’ en ten slotte prijkt ook het Antifonarium Tsgrooten op de Topstukkenlijst dankzij de Vlaamse overheid, die het werk inmiddels ook aankocht voor de Collectie Vlaanderen. Het statuut ‘topstuk’ betekent dat deze stukken zonder voorafgaande toestemming Vlaanderen niet meer kunnen verlaten en dat bij een mogelijke verkoop ervan Vlaanderen het eerste kooprecht toekomt. Tevens kunnen de bewaarders van dit erfgoed rekenen op subsidiëring bij conservering en restauratiewerken.
|
|
| Handschrift van De Vlaamse Leeuw door Karel Miry, het voorlopig enige muzikale topstuk na 1600 beluister |
Reeds vele decennia pleiten musici en musicologen voor een beter beheer en een meer adequate ontsluiting van het rijke en omvangrijke Vlaamse muziekverleden. Ondertussen moesten zij echter met lede ogen aanzien hoe muzikale topstukken naar het buitenland verdwijnen of belangrijke muziekhandschriften zelfs geheel spoorloos zijn. Het is de morele plicht van Vlaanderen om dit omvangrijk en bedreigd muzikaal erfgoed in kaart te brengen, te conserveren, te bestuderen en te ontsluiten voor een breed publiek.
Resonant, Centrum voor Vlaams Muzikaal Erfgoed, kan sinds 2003 rekenen op een decretale erkenning en een financiële ondersteuning vanwege de Vlaamse overheid. Daardoor werd het mogelijk een beleid uit te tekenen betreffende Vlaams muzikaal erfgoed in overleg met diverse Vlaamse en internationale actoren. De door Resonant ontwikkelde databank – Muziekbank Vlaanderen - is een instrument voor het lokaliseren van het Vlaams muzikaal erfgoed, het in kaart brengen van de problematiek daarrond en voor het ontwikkelen van een lange termijnstrategie. Dankzij Muziekbank Vlaanderen en bijkomende verdere systematische inventarisatie zal ook de proeflijst van muzikale topstukken steeds verder kunnen worden geactualiseerd en verfijnd.
![]() Onder de muzikale topstukken bevinden zich ook muziekinstrumenten zoals dit veelhoekig virginaal (Bruggemuseum Gruuthuse) |
Resonant heeft, wat de oplijsting van muzikaal materiaal betreft, vanuit de verschillende thematische disciplines in het veld bevragingen en enquêtes uitgevoerd. Over de twee studieopdrachten heen werden meer dan honderd instellingen, organisaties, verenigingen en particulieren bevraagd, die in totaal (over de periode 1100-heden) ook meer dan honderd topstukken hebben aangemeld, die getuigen van een grote diversiteit: bladmuziek in handschrift en in druk, traktaten, muziekinstrumenten, geluidsdragers, iconografische documenten en andere objecten, en niet alleen uit het domein van de ‘klassieke’ muziek.
Uit de bevragingen is duidelijk gebleken dat tal van bewaarinstellingen (zoals algemene archieven of bibliotheken) niet beschikken over gespecialiseerd musicologisch personeel om het muzikale gedeelte van hun erfgoed adequaat te beschrijven. Desondanks bracht de bevraging voor de muzikale topstukkenlijst in de meeste gevallen een zeer positieve dynamiek teweeg.
De ambitie om in 2004 op korte termijn al een volledige lijst samen te stellen die het ganse muzikale spectrum omvatte, was niet realistisch. Als basis voor het opstellen van deze lijst kon Resonant enkel beschikken over gebrekkige of zelfs onbestaande inventarissen en naslagwerken. Daarbij was het betreffende materiaal zeer uitgebreid en nog lang niet in kaart gebracht, laat staan geordend of geïnventariseerd. Daarom heeft Resonant vzw, in overleg met de administratie Beeldende Kunst en Musea en naar analogie met de afbakening binnen het domein van de schilderkunst, de beslissing genomen om haar aandacht in eerste instantie te richten op de periode 1100-1600.
Bovendien stelde Resonant toen ook een tweede niet-exhaustieve lijst op, teneinde het uitgebreide muzikale erfgoed uit de periode 1600-heden vanaf het begin mee in de problematiek van de topstukken te betrekken. Deze tweede lijst met topstukken is gelijkwaardig aan de eerste, maar omwille van het vaak ontbreken van repertoria minder volledig.
Wat de regio Brussel betreft, werden, in overleg met de administratie Beeldende Kunst en Musea, een aantal topstukken meegenomen uit de bibliotheek van het Brusselse conservatorium en enkele handschriften die betrekking hebben op de Vlaamse muziekgeschiedenis, maar die zich in andere Brusselse instellingen bevinden (de bibliotheek van de Bollandisten, de stadsbibliotheek en de bibliotheek van De Munt).
In 2009 kon Resonant de eerste proeflijst aanvullen met een tweede, die focuste op de periode 1600-heden.
De studieopdrachten rond de proeflijsten Muzikale Topstukken hebben er voor gezorgd dat de problematiek van het muzikaal erfgoed op een positieve manier in de belangstelling is komen te staan. Samen met de kernopdracht van Resonant is het Topstukkendecreet bedoeld als een dynamisch werkinstrument voor het in kaart brengen van dit erfgoed.
Daarbij is het erg belangrijk dat de nieuwe Vlaamse regering zich niet alleen garant stelt voor de noodzakelijke continuïteit van de reeds bestaande initiatieven, maar tevens een strategisch basisplan ontwikkelt voor een integraal erfgoedbeleid om hierdoor niet alleen het muzikaal – maar ook het breed cultureel – geheugen van Vlaanderen een grotere dynamiek te geven. Een ‘cross-over’ tussen de sectoren ‘archieven’, ‘museale objecten’ en ‘monumenten en landschappen’ zou wel eens tot een verrassende interdisciplinaire creativiteit kunnen leiden.