- home
- Maak kennis
- Aan de slag
- voor beiaardiers
- Voor studenten
- Handboek Muzikaal Erfgoed
- Thema's
- nieuws
- Over Resonant
Het muzikaal erfgoed maakt deel uit van het cultureel erfgoed. Dit begrip is sinds het begin van de 20ste eeuw ingeburgerd in Vlaanderen maar kende pas een bredere verspreiding via de oprichting van het steunpunt Culturele Biografie Vlaanderen in 2002 en het in voege treden van het archief- en erfgoeddecreet in 2002 en 2004.
Cultureel erfgoed kan gedefinieerd worden als alle uitingen en sporen van menselijke handelingen en gedragingen die wij van onze voorgangers overgeleverd kregen en waar we als individu of als samenleving een bepaalde waarde aan hechten (bron: Vermeersch J., De Troyer V., Van Genechten H. en Mols P. e.a., Erfgoed in de klas, een handboek voor leerkrachten, Antwerpen/Apeldoorn, Garant, 2005). Wij en de generaties na ons maken bijgevolg uit of we deze erfenis willen bewaren en hoe we ermee om willen en moeten gaan.
De Vlaamse overheid maakt een onderscheid tussen het roerend cultureel en immaterieel erfgoed. Het roerend cultureel erfgoed omvat objecten, informatie, culturele bronnen met een gemeenschappelijke betekenis: industrieeltechnisch, archeologisch, artistiek, wetenschappelijk, (cultuur)historisch of antropologisch. Het immaterieel cultureel erfgoed omvat beeldvorming via beschrijving of culturele bronnen, bijvoorbeeld allerhande verhalen en geschiedenissen (bron: website van de Vlaamse overheid - geraadpleegd op 21 juli 2007).
Ook het muzikaal erfgoed ressorteert onder dezelfde definitie. Het beslaat het brede terrein van:
Dit erfgoed krijgt uiteindelijk pas een betekenisvolle, actuele functie als het niet enkel goed bewaard en gedocumenteerd wordt, maar ook contextueel wordt benaderd. Daarom is het eveneens noodzakelijk het onroerend muzikaal erfgoed, het erfgoed in situ als het ware, mee te betrekken in het cultureel verhaal. Zestiende-eeuwse liturgische polyfone muziek klinkt anders in een concertzaal dan op de plaats waarvoor ze bestemd was, bijvoorbeeld het doksaal van een gotische kerk. Een negentiende-eeuwse schoolcantate die uitgevoerd wordt in de feestzaal van een pensionaatsschool laat andere indrukken na dan dat ze elders wordt gezongen. Muziek die expliciet geschreven is voor een bepaalde beiaard of voor een bepaald kerkorgel (allebei instrumenten die onroerend geworden zijn door bestemming) klinkt bij wijze van spreken ‘authentieker’ of zelfs ‘natuurlijker’ als ze op deze instrumenten wordt gespeeld. Jazz in een kroeg heeft bijvoorbeeld ook een andere impact dan de beluistering ervan op een cd thuis in een geriefelijke sofa. Het ‘kunstwerk an sich’ laat met andere woorden ook ruimte voor het ‘kunstwerk in context’, hetgeen vaak ook een drempelverlagend effect heeft en dus participatie in de hand werkt.
Een geïntegreerde benadering van (muzikaal) erfgoed waarbij muziek geëvalueerd wordt op artistieke waarde én context leidt onoverkomelijk tot een breed en heterogeen repertoire: van de contemplatieve gezangen van begijnen over de intieme kamermuziek van de negentiende-eeuwse adel via de eclatante marsen van dorpsfanfares tot de archieven van een popfestival.
Zonder te trappen in de val van de ‘vererfgoeding’ van de muziek – waarbij alles even waardevol wordt - dient een weloverdacht conservatiebeleid ontwikkeld te worden. Daarom is het noodzakelijk eerst een overzicht te creëren van het muzikaal erfgoed in Vlaanderen waarna een weloverwogen plan inzake behoud en beheer kan worden ontwikkeld (zie muziekbank vlaanderen). (Muzikaal) erfgoed heeft daarnaast ook enkel zin als het ‘hertaald’ wordt naar het heden en bij voorkeur vanuit een contextueel kader. Muziek krijgt m.a.w. haar volle bestaansreden slechts terug als ze opnieuw wordt uitgevoerd.
Op deze pagina vindt u enkele soorten van muzikaal erfgoed. Voorlopig beperkt zich dat tot enkele teksten om het begrip 'muzikaal erfgoed' concreter te maken. Binnenkort komt hier een uitgebreid, exhaustief overzicht.